Interview met Blaxtar
Door: Marius Huizing 25-08-2008
Fotografie: Misha Scholte
Blaxtar blijft bezig. Zijn derde album, Ozmoses 2, moet volgend jaar uitkomen. Daarnaast is hij o.a. CEO van zijn eigen platenlabel Raen Music. In de periode tussen zijn laatste en komende albumrelease is er daarom lekker veel tijd om met hem te praten over onderwerpen die normaal gesproken overschaduwd worden door clichématige feature- en productielijstjes. House of Hiphop sprak daarom met hem over o.a. de invloed van religie, Spoken Word, de Nederlandse hiphopscene, geld verdienen in de muziekindustrie, fashion en het album van Manu.
Blaxtar is geen man van gebaande paden. In zijn zoektocht naar nieuwe, frisse concepten kwam hij uit bij het idee voor een Spoken Word project. Als ik hem vraag wat zijn plan is op dat gebied blijk ik meteen een exclusive te pakken te hebben. “Ik heb een concept geschreven, dat concept heet Spoken. Het is bedoeld om de inhoud achter veel populaire muziek weer te geven. Dat doen we door de muziek weg te halen. Als je een hele dope mc over een beat hoort is dat cool. Maar als de beat weg valt, wat blijft er dan over?” De eerste editie is op 22 oktober in de Bitterzoet in Amsterdam. Onder andere Jiggy Dje, Typhoon, Manu, GMB en Pete Philly zullen hun teksten voordragen zonder muziek.

Voor de mensen die zich afvragen wat Spoken Word heeft dat rap niet heeft zegt hij het volgende: “Je kunt je niet verschuilen achter hoe dope een beat is. Veel optredens worden gedragen door de kracht van de beat. Als je daar ritmisch overheen schreeuwt geeft dat een bepaald effect. Maar veel mensen verstaan helemaal niet wat tijdens een optreden gezegd wordt. Ze hebben ook geen tijd om dat allemaal te verwerken. Als ik nu iets tegen je zeg komt dat pas 3 seconden later echt bij jou binnen. Als het 3 minuten lang een hele stroom van woorden is dan raak je gewoon veel kwijt. Spoken Word geeft je wel de ruimte om die woorden wel te laten opnemen, zodat je ook begrijpt waarover gesproken wordt.”
Hoewel Spoken Word en rap als kunstvormen nauw met elkaar verbonden zijn is succes in de ene discipline geen garantie voor succes in de andere discipline. “Het is een kunst op zich. Daarom is het heel tof dat al die mensen dat willen doen, want het is een nieuwe uitdaging. Je kunt een gruwelijke MC zijn, en totaal zuigen in je Spoken Word vaardigheden. Wat mensen ook hebben is dat ze soms met beat dingen durven zeggen die ze zonder beat niet durven zeggen. Dan gaan ze woorden inslikken. Als je het met beat zou durven zou je het zonder beat ook moeten durven. Dat soort dingen komen daarin naar voren, en dat maakt het een heel uitdagend iets.”
Blaxtar bewandelt vele experimentele paden. Desondanks is hij het meeste tijd kwijt aan zijn eigen platenlabel, Raen Music. Het label is eigenlijk geboren zoals zoveel labels geboren worden. Blaxtar kreeg geen deal rond via de bestaande platforms, en besloot zijn werk daarom in eigen beheer uit te brengen. Naast zijn eigen werk verzorgt hij via dit platform ook de release van de muziek van rapper Manu. Politieke rap zonder concessies. Niet bepaald een product dat je zomaar even wegzet met een leuke videoclip bij het TMF publiek. Aldus Blaxtar: “De hele identiteit voor Raen Music berust voor mij op het presenteren van de content, en daar aandacht voor te creëren. Iedere artiest is in potentie heel machtig. Kijk bijvoorbeeld naar de miljoenen youtube hits van Kempi, hij bereikt heel veel mensen. Als je zoveel mensen bereikt, wat doe je dan met die macht? Wat kies je om ze te vertellen. In de film Spiderman 2 wordt oom Ben neergestoken. Dan zegt hij het volgende: Great power comes with great responsibility. Dat is echt een van die quotes die ik waardevol vind. Het is echt waar. Het verschil bijvoorbeeld tussen politiek en kunst is dat kunst niet de verantwoordelijkheid neemt van het effect dat het kan hebben.”
Professionele muzikanten moeten echter wel geld verdienen. Bij mij ontstaat de vraag in hoeverre het leveren van kwaliteit botst met het leveren van een commercieel succesvol product.. Als ik hem ernaar vraag krijg ik het volgende antwoord:“Kwaliteit is ongelofelijk subjectief. Wat voor mij kwaliteit is, is voor een ander weer complete bagger. Dus kwaliteit halen we weg, dan blijft marketing over. De mate van marketing bepaalt hoe goed een product verkoopt. En natuurlijk wordt het ook bepaald door de mate van toegankelijkheid. Als het toegankelijk is is het vaak makkelijker te behappen voor mensen. Wat ik in de markt wil zetten is een album dat staat als een huis, zowel productioneel, lyrisch als package wise. Manu is voor mij de belichaming van de perfecte artiest. Iemand met een boodschap, artistieke visie en levenswijze die allemaal bij elkaar passen. Het is 1 pakket. Hij doet niet het ene en zegt het ander. Dat is waardevol voor mij.”
Toch blijft bij mij de vraag hangen hoe er dan geld verdiend wordt. Lange Frans en Baas B kunnen de hele zomer lang alle vakantie eilanden af om daar op te treden in kroegen en discotheken. Manu is duidelijk niet zo’n artiest. Daarom vraag ik Blax hoe hij en Manu rond kunnen komen van hun artistieke bestaan. Allereerst blijken ze er allebei nog gewoon een baan naast te hebben. Toch wordt er ook met Raen Music geld verdiend, bijvoorbeeld aan optredens. Album releases leveren weinig geld op, gezien de hoge productiekosten en de vele mensen die albums liever downloaden dan kopen. Zitten er ook positieve kanten aan de download cultuur? “Het heeft voordelen en nadelen. De wetenschap dat het album uit is verspreid sneller. Dit weegt echter niet op tegen de nadelige gevolgen voor de verkoop. Er zijn wel bepaalde artiesten die meer albums verkopen omdat ze door internet een sterkere binding hebben met hun publiek. Er zijn ook mensen die het wel waardevol vinden om het pakket in huis te hebben, in plaats van alleen de muziek. Een CD is uiteindelijk niets meer dan een hele dure flyer. Het geld moet verdiend worden met shows.“

Blaxtar beschreef al de macht die artiesten hebben met hun muziek. Niet iedereen doet hetzelfde met die macht. Voelt Blaxtar zich thuis in de Nederlandse hiphopscene, waar de meeste commerciële successen niet uitblinken in maatschappelijke betrokkenheid en intelligente teksten? “Dat is een goede vraag. Ik voel me meer muzikant dan dat ik hiphopper ben. Ik blijf altijd een hiphop artiest, maar ik ben geen rapper. Rappen is het kunstje van staccato op een beat kunnen opzeggen van woorden. Dat kunnen heel veel mensen. Wat je daarmee doet is wat je nu onderscheidt van de rest. Ik heb niet de ambitie om dat soort optredens te doen. Maar er zijn veel evenementen waar wat meer ruimte is voor serieuze muziek, of hoe je het ook wil noemen. Dat wil niet zeggen dat alles alleen maar serieus moet zijn. Ik heb op mijn laatste albums ook een paar tracks met een semi-komische insteek.”
De kritische houding van Blaxtar tegenover de mensen met wie hij samen werkt heeft als gevolg dat er dit jaar sowieso geen artiesten meer bijkomen op het roster van Raen Music. Blaxtar wil mensen eerst goed leren kennen voordat hij met ze samen gaat werken.´De reden dat ik Manu heb getekend gaat veel verder dan dat ik hem alleen een dope artiest vind. We zijn inmiddels ook vrienden geworden. Ik snap hem heel erg goed en hij snapt mij heel erg goed. Het is geen kwestie van auditie houden en kijken of je toffe rappers kunt vinden. De associatie die je aangaat met iemand is langdurig en heel intiem. Je muziek is jouw identiteit, jouw baby. Als je iemand tekent neem je zijn carrière in adoptie. Dan moet je wel de grootst mogelijke zekerheid hebben dat je kunt zorgen voor die carrière. Als het volgende album van Manu uit is moeten we ook kijken of hij niet op zoek moet naar een groter label. Mijn houding betekent dat er niet binnen no-time 10 artiesten op Raen Music zitten. Maar lets face it, zoveel markt is er ook niet.”
Naast theater en Spoken Word gaat Blaxtar zich ook bezig houden met mode. Hij is het gezicht binnen Nederland van het nieuwe kledingmerk ‘Whats My Name Bitch.’ Het klikte goed tussen oprichter David K. Martin en Blaxtar. Hierop besloten ze een sponsordeal te sluiten. Hij sluit ook een artistieke samenwerking op termijn niet uit. De kleding is soms een tikje baggy. ‘Whats my name bitch’ is echter niet een hiphopmerk aan het worden. Het is volgens Blaxtar sowieso al moeilijk om de term hiphopkleding te definiëren. Je kunt in ieder geval niet zomaar spreken over baggy jeans en een gaaspet. “Het ligt er heel erg aan waar je gaat kijken. Als ik in Tilburg ga kijken in de 013 zie ik dat ja. Als ik naar de Bitterzoet ga zie ik slimfit pants met strakke t-shirtjes. Normal fit broeken die onder je bil gedragen worden. Maar die mensen hebben bij wijze van spreke wel net nog de laatste J. Dilla 12inch gekocht. Hiphop is te groot om met 1 woord te kunnen omschrijven, ook wat betreft de kleding. Kijk bijvoorbeeld naar Phat Farm, nota bene opgericht door Russell Simmons himself. Daar is nu een dameslijn voor, streetwear, casual wear. Wie van de 3 is dan het meest hiphop?Het komt allemaal van de oprichter van Def Jam Records.”

Kleding en hiphop is geen ongebruikelijke combinatie. Toch had Blaxtar niet altijd het idee om de modewereld in te gaan. “Ik ben heel breed geïnteresseerd. Alles dat een beetje met kunst te maken heeft wil ik proberen te betrekken bij wat ik doe. Ik wilde wel een keer iets met fashion doen, maar het stond niet heel hoog op mijn prioriteitenlijst totdat ik David ontmoette. Het is heel interessant en leerzaam, maar ik ben op dit moment zo druk met Raen Music dat ik geen tijd heb om daar echt in te gaan.”
Ook in Afrika hebben ze ondertussen gehoord van Blaxtar. Begin dit jaar is hij naar Malawi geweest om deel te nemen aan de Virusfree Generation Hiphop Tour om mensen bewuster te maken van de gevaren van HIV en AIDS. Een Europese en Afrikaanse artiest werden aan elkaar gelinkt om samen workshops te geven over HIV en AIDS. Ook hebben ze samen nummers opgenomen voor de bijbehorende CD. Toch onderkent hij naast al het goede werk ook enkele schadelijke punten aan de bestrijding van HIV en AIDS. “Met geld gaan ze mensen daar hulp bieden. Maar om bewustwording te creëren voor HIV/Aids hangen ze grote billboards op met teksten als ‘HIV kills.’ Maar de Afrikaanse gemeenschap is heel gevoelig voor bepaalde stigma’s. Het is ook heel religieus. Er heerst angst voor HIV positieve mensen, mede door slecht onderwijs daarover. Door borden op te hangen met ‘HIV kills’ wijs je een enorme vinger naar een heel groot deel van de gemeenschap daar. Die mensen worden dan als outcasts behandeld door gezonde mensen en personen die niet weten dat ze besmet zijn. Onze workshops hebben eraan bijgedragen om het stigma er vanaf te halen. We geven ze het besef dat je ook oud kunt worden met HIV. Kijk maar naar Magic Johnson.”
Ook heeft Blaxtar zo zijn mening over het geringe resultaat van de hulp die door het westen aan Afrikaanse HIV patiënten geboden wordt. “We zitten als het westen al 15 tot 20 jaar het HIV probleem in Afrika op te lossen. Er zijn miljarden euro’s heen gegaan, maar het wordt alleen maar erger. Wat is er met dat geld gebeurd? Fact of the matter is dat HIV een business is geworden. Als morgen het HIV probleem is opgelost zitten er een paar honderd duizend westerse mensen zonder werk. Het is gewoon business. Die mensen krijgen geld, en daarmee gaan ze daar projecten doen. Ik zeg niet dat er geen goed werk gedaan wordt. Maar als ik kijk naar resultaat is het wel duidelijk dat er vrij weinig is gebeurd in 15 jaar. Het is een soort Catch-22.”
Ook ervoer Blaxtar de invloed van religie in Afrika op heel directe wijze tijdens het project. “We kwamen daar aan. Er was een persconferentie, en die werd geopend met een gebed door de voorzitter. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Sowieso doen we niet vaak persconferenties, en al helemaal niet met een gebed. Toen werd het hele gebeuren ook nog afgesloten met een gebed. On the risk of sounding like a heretic; Religie stimuleert geen vrije gedachten in mensen. Het segmenteert juist heel erg hoe dingen zouden moeten zijn, daarbuiten is alles fout. Daar valt ook niet over te praten. Sommige kerken weren HIV patiënten. En dan denk ik bij mezelf; Bring me thou weak and thou weary. Omdat Afrika zo ongelofelijk religieus is, is de macht van de kerk heel sterk en worden de stigma’s alleen maar vergroot. En daar gaan onze 2 workshops waarschijnlijk niets tegen doen.”
De warmste herinnering die Blaxtar heeft aan het HIV project is niet zo zeer een situatie in Afrika, als wel de optredens die bij terugkomst gegeven werden. “Aan het einde van het project moest iedereen bij elkaar komen om in Rotterdam op te treden. Dat was echt prachtig om mee te maken. Dan zie je hoe hiphop wildvreemde mensen kan verbinden. Ik heb Zuluboy en Zubz leren kennen, en die zijn zo dope. Lyrical ook, hun content. Het is daar helemaal niet stoer om te praten over je pistolen enzo. Terwijl dat daar wel echt gebeurt, dat mensen overdag door hun hoofd geschoten worden like it ain’t shit.”